Tariefsverhoging TSO zaak voor de MR

Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de tussenschoolse opvang. Deze opvang valt niet onder de Wet kinderopvang en ouders kunnen daarvoor geen vergoeding ontvangen.Sinds 2007 stelt het kabinet structureel € 36,5 miljoen beschikbaar voor overblijven.Schoolbesturen krijgen dit geld via de lumpsum ( € 23,87 per leerling in het basisonderwijs). Scholen kunnen deze middelen inzetten voor personele knelpunten tijdens de overblijf. Daarnaast kan de school een financiele bijdrage van de ouders vragen. Artikel 13 onder f van de WMS geeft ouders daarom ook inspraak op de financiele onderbouwing van de overblijfregeling.

23 December 2010
By on 14:26
Invoering continurooster

Vraag uit de praktijk: continurooster

Een OR  of/en MR ontvangt van de bovenschoolse directie een aankondiging over het ingaan van een zogenaamd doorgaand rooster per 1 augustus a.s. Veel ouders van de school voelen zich voor het blok gezet; ze worden verplicht een betaalde dienst af te nemen waar ze zelf niet om vragen. Kunnen de ouders, dan wel de OR, nog iets aan dit besluit doen? Hebben ouders inspraak in dit soort grote veranderingen?

Meestal gaat het initiatief voor de invoering van een continurooster van de school uit. Belangrijk is dat de school van tevoren met de ouders in overleg gaat. De school moet kunnen uitleggen waarom de keuze voor een continurooster voor de hand ligt.

Ouders raadplegen
Als het continurooster wordt ingevoerd, worden hiermee de schooltijden gewijzigd. Voordat de uiteindelijke beslissing wordt genomen om schooltijden te wijzigen, moeten alle ouders worden geraadpleegd (artikel 15, lid 3 Wms).
De manier waarop de ouders worden geraadpleegd is niet voorgeschreven. Maar enkele mededeling met de mogelijkheid bezwaren kenbaar te maken is geen raadplegen maar informeren. Daarnaast heeft de oudergeleding van de medezeggenschapraad instemmingsrecht met betrekking tot het wijzigen van de schooltijden (artikel 13, onderdeel h Wms).

OR achterban van de MR
Het behoeft geen betoog dat verandering van schooltijden (en dat is inherent aan de invoering van een continurooster) zeer ingrijpend kan zijn voor ouders. Als de medezeggenschapsraad het schoolbestuur dus moet adviseren over een eventuele invoering van een continurooster, moet de oudergeleding van de medezeggenschapsraad zeker te rade gaan bij de ouderraad. De ouderraad vormt tenslotte een bredere vertegenwoordiging van de ouders dan de MR. Op deze manier kan de OR meedenken over de vraag hoe de ouders worden geraadpleegd.

Tussenschoolse opvang
In artikel 13, onderdeel f van de Wms wordt de positie van ouders bij het overblijven geregeld. De oudergeleding van de medezeggenschapsraad heeft instemmingsrecht over de wijze waarop het schoolbestuur de tussenschoolse opvang regelt. Daarnaast vermeldt de Wms dat de gehele medezeggenschapsraad instemmingsrecht heeft waar het gaat om het beleid ten aanzien van de ondersteunende werkzaamheden van de ouders (artikel 10, onderdeel d Wms).
Daar valt de wijze van het organiseren van het overblijven onder. Op grond van artikel 11, onderdeel f Wms heeft de MR ook nog een adviesrecht met betrekking tot de vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de organisatie van de school.
 
Voor wie zijn de kosten?
Ook bij een continurooster hebben de leerkrachten recht op pauze. Daarom moeten toch nog vrijwilligers of mensen van een professionele overblijforganisatie worden ingezet. Op betreffende school is vermoedelijk voor het laatste gekozen. Hier zijn wel kosten mee gemoeid. Aangezien de kosten van deze integrale overblijf dus betrekking hebben op alle leerlingen en het ook onder onderwijstijd valt kunnen scholen ouders niet verplichten om de kosten voor de extra inzet van vrijwilligers te betalen. Het is aan de school om te bepalen of deze kosten betaald worden uit de overheidsbekostiging of uit de ouderbijdrage. Als de ouderbijdrage door het invoeren van een continurooster wordt verhoogd, moet de oudergeleding van de MR daar bovendien eerst mee instemmen op grond van artikel 13, onderdeel c, Wms. Op grond van dat artikel heeft de oudergeleding van de MR een instemmingsrecht als het gaat om de hoogte en de besteding van de ouderbijdrage.

Tenslotte is het zo dat het betalen van de ouderbijdrage altijd vrijwillig is. Daarbij kunnen ouders ervoor kiezen voor bepaalde diensten wel, en voor andere onderdelen niet te betalen.

Conclusie
Op grond van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de school niet zomaar tot het in de brief genoemde heeft kunnen besluiten. Vele medezeggenschapsraden zijn tekort geschoten in het naleven van de Wet medezeggenschap op scholen. bi de invoering van een continurooster.  Van betaling voor het overblijven kan geen sprake zijn. Daarnaast zorgen de genoemde rechtswaarborgen ervoor dat alleen met instemming van de meerderheid van de ouders tot het nieuwe rooster kan worden besloten.

14 February 2009
By on 15:05
Informeren van de achterban

Informeren van de achterban

Een  opsomming van middelen om (delen van) de achterban te informeren over de activiteiten van de raad:

- zorg voor een vaste rubriek ‘uit de mr’ in de schoolkrant;

- breng na afloop van een belangrijk overleg een kort communiqué uit met daarin de uitkomst en het standpunt van de mr(-geleding);

- laat zien wat de mr voor elkaar heeft gebracht: breng elk jaar een mr-jaarverslag uit met daarin de resultaten en tegenslagen waar de mr de afgelopen periode mee te maken kreeg;

- breng jaarlijks een mr-activiteitenplan uit waarin de door de raad voorgenomen prioriteiten en uitgangspunten staan opgenomen;

- organiseer periodiek informatiebijeenkomsten voor (groepen uit) de achterban;

- maak gebruik van digitale communicatiemiddelen zoals e-mail (digitale etc.) en internet (bijv. digitale schoolkrant). Ze zijn niet alleen snel en eenvoudig toegankelijk, maar met name e-mail nodigt vanwege de eenvoud tevens uit tot het geven van feedback;

- voorzie de agenda van de mr-vergadering steeds van een, ook voor niet-mr-leden, begrijpelijke toelichting;

- spreek af dat alle door het bevoegd gezag aan een of meerdere raden verstrekte schriftelijke informatie, tenzij nadrukkelijk onder geheimhouding verstrekt, altijd voor alle raden en hun achterban beschikbaar is.

Hoe de achterban bij het mr-werk te betrekken?

Er zijn velerlei manieren om (groepen binnen) de achterban te raadplegen en actief bij de activiteiten van de raad te betrekken:

- organiseer periodiek bijeenkomsten om de achterban te raadplegen over onderwerpen waar de mr de komende tijd mee te maken krijgt;

- raadplegen kan tevens over voorgenomen standpunten van de mr(-geleding). Standaard bij een of meer vooraf benoemde onderwerpen, of op verzoek van een geleding (ondersteund door een vooraf te bepalen aantal handtekeningen);

- een enquête kan zinvol zijn om respons te krijgen op concrete vragen van de mr, bijvoorbeeld over een standpunt van de raad, of om er achter te komen of de raad zich wel met de voor de achterban belangrijke zaken bezig houdt;

- organiseer binnen de achterban aanwezige kennis en kunde ten bate van de raad door de achterban te laten participeren in door de mr in het leven geroepen werkgroepen. De WMS biedt ook de mogelijkheid om voor een of meer in de wet genoemde advies- of instemmingsonderwerpen een themaraad in te stellen. In zo’n themaraad kunnen ook niet-mr-leden zitting krijgen;

- plan aan het begin van elke mr-vergadering een ‘inspreekkwartiertje’ waarin een ieder vragen en ideeën bij de mr kan aankaarten;

- biedt de mogelijkheid voor indienen agendapunten door (delen van) de achterban (bijvoorbeeld ondersteund door een vooraf te bepalen aantal handtekeningen);

- maak elk jaar een mr-activiteitenplan, en leg dit voor commentaar aan de geledingen voor;

- geef in elke publicatie van de mr telkens aan wie er in de raad zitten, en hoe deze personen bereikbaar zijn.

(Bron AOb, 2006)

13 July 2008
By on 09:09
Communicatie met de achterban

Communicatie met de achterban

De nieuwsbrief

Net als in de politiek tussen politici en burgers, is er in het onderwijs sprake van een kloof tussen medezeggenschapsraden en de achterbannen. Hoe kun je deze kloof overbruggen?

Communicatie

Bij de profilering en de public relations van de medezeggenschapsraad kun je gebruik maken van het jaarverslag van de MR, de verkiezingen en de schoolgids. Ook kon je in het verleden, in de WMO 1992, suggesties dan wel regels vinden voor het contact met de achterban. Behalve het al genoemde jaarverslag was de MR verplicht om de agenda en het verslag van de vergaderingen te verspreiden en de geledingen, ouders, leerlingen of personeel , de gelegenheid te bieden om minstens eenmaal per jaar met de MR overleg te voeren over onderwerpen die de betreffende geleding in het bijzonder aangingen.

In de nieuwe WMS is die verplichte verspreiding van agenda en verslag verdwenen, hetgeen echter niet hoeft te betekenen dat je het niet meer hoeft te doen. Maar wat is de reden voor het verdwijnen van de verplichting? Misschien hebben de opstellers van de nieuwe wet bedacht dat het sec verspreiden van agenda en verslag geen geweldig middel is om de achterban te informeren, omdat deze met een heel ander doel geschreven worden. Nieuw in de WMS is weer wel dat straks in het medezeggenschapsstatuut c.q. in het medezeggenschapsreglement beschreven moet worden hoe alle betrokkenen en de geledingen waaruit de leden zijn gekozen, worden geïnformeerd over de activiteiten van de raad en hoe de MR alle bij de school betrokkenen bij het werk van de raad betrekt. Veel MR’en zullen dan kiezen voor een (digitale) nieuwsbrief, hetzij een eigen nieuwsbrief of via een eigen pagina in de bestaande nieuwsbrief van de school. 

Voor wie?

In de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad treffen we twee of drie geledingen aan: ouders en personeel in het primair onderwijs en in het voortgezet onderwijs, behalve ouders en personeel, ook leerlingen. De MR moet dus verschillende achterbannen informeren en de kenmerken van die achterban bepalen in grote mate de manier waarop je dat doet. Voor de personeelsgeleding is een uitgebreide nieuwsbrief waarschijnlijk minder nodig, omdat zij vaak al tijdens (werk)overleg geïnformeerd worden en weten wat er speelt in de school. Voor leerlingen en ouders heb je veel meer informatie nodig, omdat het hen vaak ontbreekt aan concrete kennis van zaken over de school of het onderwijs. Belangrijk bij een MR-nieuwsbrief is dus dat men goed nadenkt over naar wie het gestuurd wordt en over welke informatie en kennis de doelgroep beschikt.   

Het belang van de achterban

Het doel van medezeggenschap op school is het vaststellen van beleid en plannen die moeten leiden tot kwalitatief goed onderwijs en een veilig, plezierig en zorgzaam schoolklimaat. Dat is het belang van alle betrokkenen (bevoegd gezag, schoolleiding, personeel, ouders en leerlingen). De vertegenwoordigers in de MR moeten goed weten wat hun achterban wil om de voorstellen van het bevoegd gezag goed te kunnen beoordelen. Alleen op die manier ontstaat echt draagvlak voor de besluiten. Om ervoor te zorgen dat de achterban bruikbare ideeën en meningen aandraagt , moet deze eerst goed geïnformeerd zijn. Een nieuwsbrief kan daarvoor een uitstekend middel zijn, maar de communicatie moet wel van twee kanten komen. Het vervolg op de nieuwsbrief moet dan ook de nadrukkelijke uitnodiging aan de achterban zijn om zich over allerlei zaken uit te spreken. Ga dus op zoek naar manieren waarop dat kan. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het houden van jaarlijkse tevredenheidspeilingen. Stel ouder- en leerlingenpanels samen en bevraag die regelmatig over actuele zaken binnen de school of stel denktanks samen waarin gebrainstormd kan worden.

TIEN TIPS

1. Bedenk goed voor wie je de nieuwsbrief schrijft en welk niveau van kennis en informatie bij deze groep aanwezig is.

2. Vermijd het gebruik van afkortingen en onderwijsjargon.

3. Zorg voor een eigen herkenbare stijl in beeldmerk, opmaak en vormgeving.

4. Verspreiding: kies je voor een papieren versie, een digitale of beide? Belangrijk is in ieder geval dat je iedereen bereikt.

5. Diep onderwerpen in de nieuwsbrief uit i.p.v. er een verslag van een vergadering te maken.

6. Bij een schoolwebsite: zorg dat de MR zijn eigen pagina heeft met ruimte voor de nieuwsbrief en algemene gegevens over de MR. Maak ook gebruik van de jaarvergadering, het jaarverslag, verkiezingen en de schoolgids.

7. Houd als MR of als individueel lid een weblog bij waar plaats is voor discussies. Stel hiervoor regels op, opdat ongewenste uitingen voorkomen worden. Houd ze goed bij en actualiseer ze regelmatig, anders verliezen bezoekers hun belangstelling.

8. Vraag de schoolleiding of het bevoegd gezag een tevredenheidspeiling uit te voeren. Bespreek de resultaten in de MR en zorg dat er iets gedaan wordt met de resultaten.

9. Stimuleer het gebruik van ouder- en leerlingenpanels en denktanks; gebruik de resultaten bij de besluitvorming in de MR.

10. Maak spaarzaam gebruik van het organiseren en uitvoeren van een enquête. Beperk het aantal vragen, want  het is een tijdrovende klus.

Bron: MR magazine, nummer 1, januari 2007

24 March 2008
By on 21:51
Vragen over WMS-2

Wanneer moet het statuut en de reglementen uiterlijk klaar zijn?

Het bevoegd gezag moet binnen 4 maanden na inwerkingtreding van de wet, dus vóór 1 mei 2007, een voorstel voorleggen aan de raad (mr en gmr) voor één of meer medezeggenschapsreglement(-en) en een voorstel voor een medezeggenschapsstatuut.

Die raden moeten zich vervolgens binnen 4 maanden uitspreken over deze voorstellen. Uiterlijk 1 september 2007 moet elke mr en gmr dus een nieuw reglement hebben en moet er een medezeggenschapsstatuut opgesteld te zijn.

Tegelijk moet het oude reglement op enig tijdstip geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken door het bevoegd gezag –met instemming van de raad-;het vervalt in ieder geval geheel per 1 augustus 2008.

Wat is het belangrijkste punt om op te letten bij de nieuwe reglementen?

De gezamenlijke organisaties van ouders, leerlingen, werknemers, werkgevers en managers werken aan het tot stand komen van handreikingen voor de reglementen en het statuut.

Deze handreikingen bieden praktische handvatten voor het maken van keuzes bij de vormgeving van de medezeggenschap in de eigen instelling en modellen voor de daarbij behorende reglementen. Wanneer deze handreikingen worden gebruikt, dan passeren alle belangrijke en noodzakelijke elementen in reglement en statuut.

Een bevoegd gezag en een raad die actief willen inspelen op het beleid voor het komende schooljaar, zouden met het reglement en het statuut al klaar kunnen zijn in april 2007. En dat is een reële optie.

Blijven de "oude" afspraken gelden, totdat er een nieuw reglement is?

In de Memorie van Toelichting staat, dat de nieuwe wet als zodanig niet in alle gevallen direct zou behoeven te leiden tot wijziging van het reglement. Toch vindt de Memorie van Toelichting wijziging wel wenselijk vanwege de nieuwe (wettelijke) bevoegdheidsverdeling en de mogelijkheden die de wet biedt tot afwijkende verdeling van bevoegdheden.

Dit kan niets anders betekenen, dan dat alle wettelijke bevoegdheden per 1-1-2007 volledig gaan gelden ook zonder dat het reglement daarop al is aangepast. Immers, voor het bestaan van bevoegdheden is niet het reglement bepalend, maar de wet.

Afspraken over afwijking van de wettelijke bevoegdheden is door de WMS wel mogelijk, maar moeten wellicht opnieuw gemaakt worden.

Dat geldt niet voor toegekende extra (niet in de wet genoemde) bevoegdheden, die kunnen gewoon doorlopen.

Een voorbeeld van extra bevoegdheden is: de MR heeft adviesrecht ten aanzien van de benoeming van bestuursleden. Onder de WMO hebben verschillende schoolbesturen de bevoegdhedenregeling gewijzigd en aangepast naar een door hen gewenst model. Dat is met 2/3 deel instemming van de (G)MR ook onder de WMS mogelijk.

Bron: http://www.infowms.nl
4 April 2007
By on 13:14
Vragen over de WMS

WMS

Wat moet het schoolbestuur doen als de wet in werking is getreden?

Er worden veel vragen gesteld over de inwerkingtreding van de nieuwe wet (per 1-1-2007), en de directe gevolgen voor de bestaande medezeggenschapsverhoudingen. Er zijn in de wet enkele overgangsbepalingen geformuleerd; belangrijkste is dat het schoolbestuur dient te zorgen voor het vernieuwen van de bestaande medezeggenschapsreglementen, het opstellen van nieuwe reglementen voor de nieuw in te stellen organen en voor het opstellen van het medezeggenschapsstatuut.

Wanneer moet het statuut en de reglementen uiterlijk klaar zijn?

Het bevoegd gezag moet binnen 4 maanden na inwerkingtreding van de wet, dus vóór 1 mei 2007, een voorstel voorleggen aan de raad (mr en gmr) voor één of meer medezeggenschapsreglement(-en) en een voorstel voor een medezeggenschapsstatuut. Die raden moeten zich vervolgens binnen 4 maanden uitspreken over deze voorstellen. Uiterlijk 1 september 2007 moet elke mr en gmr dus een nieuw reglement hebben en moet er een medezeggenschapsstatuut opgesteld te zijn. Tegelijk moet het oude reglement op enig tijdstip geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken door het bevoegd gezag –met instemming van de raad-;het vervalt in ieder geval geheel per 1 augustus 2008.

Wat is het belangrijkste punt om op te letten bij de nieuwe reglementen?

De gezamenlijke organisaties van ouders, leerlingen, werknemers, werkgevers en managers werken aan het tot stand komen van handreikingen voor de reglementen en het statuut. Deze handreikingen bieden praktische handvatten voor het maken van keuzes bij de vormgeving van de medezeggenschap in de eigen instelling en modellen voor de daarbij behorende reglementen. Wanneer deze handreikingen worden gebruikt, dan passeren alle belangrijke en noodzakelijke elementen in reglement en statuut. Een bevoegd gezag en een raad die actief willen inspelen op het beleid voor het komende schooljaar, zouden met het reglement en het statuut al klaar kunnen zijn in april 2007. En dat is een reële optie.

Er is nog geen nieuw reglement, gelden dan al wel de wettelijke bevoegdheden?

In de Memorie van Toelichting staat, dat de nieuwe wet als zodanig niet in alle gevallen direct zou behoeven te leiden tot wijziging van het reglement. Toch vindt de MvT wijziging wel wenselijk vanwege de nieuwe (wettelijke) bevoegdheidsverdeling en de mogelijkheden die de wet biedt tot afwijkende verdeling van bevoegdheden. Dit kan niets anders betekenen, dan dat alle wettelijke bevoegdheden per 1-1-2007 volledig gaan gelden ook zonder dat het reglement daarop al is aangepast. Immers, voor het bestaan van bevoegdheden is niet het reglement bepalend, maar de wet. In het verleden gemaakt afspraken over een andere verdeling van bevoegdheden moeten opnieuw gemaakt worden. Dat geldt niet voor toegekende extra bevoegdheden, die kunnen gewoon doorlopen. Een voorbeeld van extra bevoegdheden is: de MR heeft adviesrecht ten aanzien van de benoeming van bestuursleden.

Bron: http://infowms.nl

22 December 2006
By on 21:29
Eerste Kamer stemt in met de WMS

Eerste Kamer stemt in met de WMS   

De Wet medezeggenschap op scholen (WMS) is op 28 november 2006 door de Eerste Kamer aangenomen. Deze wet maakt moderne medezeggenschap mogelijk in het primair en voortgezet onderwijs. Een belangrijk uitgangspunt is dat ouders, leerlingen en personeel samen inspraak hebben op het beleid van de school. Raden van besturen, college van besturen en grotere directies maken dat de beslissingen rondom tal van zaken minder transparant zijn. 

De nieuwe wet zorgt voor kansen om ouders, leerlingen en personeel te betrekken bij veranderingen op scholen. Dat betekent in de praktijk dat daar waar beslissingen genomen worden, de medezeggenschapsraad meespreekt. Beslissingen worden binnen een grote schoolorganisatie op verschillende niveaus genomen; de centrale directie, de directeur, de locatieleider, et cetera. Iedere beslisser kan een medezeggenschapsraad naast zich hebben. De wet wil ook de betrokkenheid van personeel en ouders op het beleid van de school vergroten en geeft daarvoor veel ruimte. Leden van een raad moeten volgens de wet hun achterban informeren en raadplegen.

1 December 2006
By on 22:53
geselecteerd als gefixeerd bericht

Praktijk Medezeggenschap
Invoering Wet Medezeggenschap Scholen , per 1 januari 2007.
In mijn web-log geef ik informatie over ontwikkelingen van medezeggenschap in het basisonderwijs

15 November 2006
By on 02:52
Medezeggenschap bij buitenschoolse opvang

In een brief aan de Tweede Kamer heeft minister Van der Hoeven aangegeven wat de positie van ouders is bij de organisatie van buitenschoolse opvang (BSO). Ook gaat zij in op de rol van de medezeggenschapsraad (MR). Ouders hebben vanaf 1 augustus 2007 een individueel recht om de basisschool aan te spreken op de organisatie van buitenschoolse opvang. Ook als één ouder de school om opvang verzoekt, moet de school buitenschoolse opvang organiseren. In de praktijk zal de school dan afspraken maken met een reeds bestaande kinderopvangorganisatie. De MR speelt geen rol in het verzoek van de ouders. De medezeggenschapsraad brengt alleen advies uit over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de BSO, waarbij de vraag van ouders leidend is.

Bron: Kamerstuk 2005-2006, 30676, nr. 5 Tweede Kamer

10 November 2006
By on 10:48
Schooltijden basisonderwijs

Schooltijden basisonderwijs

De invoering van de nieuwe schooltijden wet heeft voor basisscholen die hun onderwijstijd daardoor moesten aanpassen, tot problemen geleid. De onderwijsinspectie heeft dat vastgesteld. Het gaat met name om de eis dat niet meer dan 7 maal in een schooljaar 3 of 4 schooldagen per week mag worden aangeboden. Sommige scholen lukte het niet tijdig hun rooster en bijbehorende formatie aan te passen. Wel voldoen alle scholen aan de in de wet vastgelegde totale onderwijstijd. De discussie in het voortgezet onderwijs over onderwijstijd is dus in het geheel niet van toepassing op het basisonderwijs.

De schoolbesturen en scholen ontvangen binnenkort een brief van de minister waarin het volgende wordt opgemerkt.

De scholen worden opgeroepen zich aan de nieuwe schooltijden wet te houden.

Is dat niet gelukt op 1 augustus j.l. dan worden de scholen verzocht de rooster aan te passen per 1 januari 2007.

Mocht dat onverhoopt niet lukken dan is aanpassing per 1 augustus 2007 mogelijk onder voorwaarden dat de totale onderwijstijd wordt gehaald en de oudergeleding van de m.r. instemt.

De onderwijsinspectie zal dit meenemen in haar reguliere toezicht op de scholen.

5 October 2006
By on 14:56